Naar hoofdinhoud
(1). De luchtvaartmaatschappijen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen worden onbelemmerd en gelijkelijk in de gelegenheid gesteld de overeengekomen diensten op de omschreven routes tussen hun onderscheiden grondgebieden te exploiteren. (2). De luchtvaartmaatschappijen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen houden rekening met de belangen van de luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij teneinde de diensten welke laatstgenoemde maatschappij op dezelfde route of op een gedeelte daarvan onderhoudt, niet te zeer aan te tasten. (3). De overeengekomen diensten welke door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen worden verzorgd, dienen nauwkeurig te worden afgestemd op de behoeften van het publiek aan vervoer op de omschreven routes en zij zullen voornamelijk ten doel hebben tegen een redelijke beladingsgraad voldoende gelegenheid te verschaffen tot het vervoer van passagiers, lading en post afkomstig van of bestemd voor het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, daarbij rekening houdende met de huidige zowel als met de redelijkerwijze in de toekomst te verwachten behoeften. Voorzieningen in de behoeften voor het vervoer van passagiers, lading en post opgenomen of afgezet op punten op de omschreven routes op de grondgebieden van andere Staten dan die welke de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, worden getroffen overeenkomstig de algemene beginselen dat er verband moet bestaan tussen de capaciteit en: de vervoersbehoeften naar en van de grondgebieden van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen; de vervoersbehoeften van de gebieden die op de route van de luchtvaartmaatschappij liggen, daarbij rekening houdende met andere vervoersdiensten die zijn ingesteld door luchtvaartmaatschappijen van de Staten van die gebieden; en de behoeften van doorgaand luchtvervoer. Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Maleisië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 22 maart 2007 (Pb. EU L 94 van 4 april 2007, blz. 28-38) wordt vanaf 3 april 2009, wanneer in de tekst van de Overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen (Trb. 2012/174). Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Maleisië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 22 maart 2007 (Pb. EU L 94 van 4 april 2007, blz. 28-38) wordt vanaf 3 april 2009, wanneer in de tekst van de Overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen (Trb. 2012/174).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel