In elk van de landen der Unie zal niet als inbreuk op de rechten van de octrooihouder worden aangemerkt:
het gebruik, aan boord van schepen van de andere landen der Unie, van datgene, wat het voorwerp van zijn octrooi uitmaakt, in het schip zelf, in de machines, het scheepswant, de tuigage en andere bijbehorende zaken, wanneer die schepen tijdelijk of bij toeval de wateren van het land binnenkomen, onder voorbehoud dat bedoeld gebruik uitsluitend zal zijn ten behoeve van het schip;
het gebruik van datgene, wat het voorwerp van het octrooi uitmaakt in de constructie of werking van voor de voortbeweging in de lucht of te land dienende machines van de andere landen der Unie, of van het toebehoren der machines, wanneer deze tijdelijk of bij toeval dat land binnenkomen.
Artikel 5ter
Artikel 5ter
Onderdeel van Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van 20 maart 1883, zoals herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te 's-Gravenhage op 6 november 1925, te Londen op 2 juni 1934, te Lissabon op 31 oktober 1958 en te Stockholm op 14 juli 1967 en zoals gewijzigd te Stockholm op 28 september 1979· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 10 januari 1975