**1).** Elke waar, die onrechtmatig van een fabrieks- of handelsmerk of van een handelsnaam voorzien is, zal in beslag genomen worden bij de invoer in die landen der Unie, waar dat merk of die handelsnaam recht heeft op wettelijke bescherming.
**2).** De inbeslagneming zal eveneens plaatshebben in het land waar de waar op ongeoorloofde wijze van een merk of een handelsnaam is voorzien of waar zij werd ingevoerd.
**3).** De inbeslagneming zal plaatshebben ten verzoeke óf van het openbaar ministerie, óf van elke andere bevoegde macht, óf van de belanghebbende partij, hetzij natuurlijke of rechtspersoon, overeenkomstig de binnenlandse wetgeving van elk land.
**4).** De autoriteiten zullen niet gehouden zijn tot inbeslagneming over te gaan in geval van doorvoer.
**5).** Indien de wetgeving van een land de inbeslagneming bij de invoer niet toelaat, zal de inbeslagneming worden vervangen door een verbod van invoer of door inbeslagneming in het land zelf.
**6).** Indien de wetgeving van een land noch de inbeslagneming bij de invoer, noch een verbod van invoer, noch de inbeslagneming in het land zelf toelaat, zullen deze maatregelen, in afwachting dat die wetgeving dienovereenkomstig mocht worden gewijzigd, worden vervangen door de rechtsvorderingen en middelen, welke de wet van dat land in een dergelijk geval aan de onderdanen verzekert.
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van 20 maart 1883, zoals herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te 's-Gravenhage op 6 november 1925, te Londen op 2 juni 1934, te Lissabon op 31 oktober 1958 en te Stockholm op 14 juli 1967 en zoals gewijzigd te Stockholm op 28 september 1979· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 10 januari 1975