**1.** Indien een inwoner van een van de Staten van oordeel is dat de maatregelen van een van de Staten of van beide Staten voor hem leiden of zullen leiden tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met dit Verdrag, kan hij, onverminderd de rechtsmiddelen waarin de nationale wetgeving van die Staten voorziet, zijn geval voorleggen aan de bevoegde autoriteit van de Staat waarvan hij inwoner is.
**2.** De bevoegde autoriteit zal, indien het bezwaar hem gegrond voorkomt en indien hij niet zelf in staat is tot een bevredigende oplossing te komen, trachten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming met de bevoegde autoriteit van de andere Staat te regelen teneinde een belastingheffing die niet in overeenstemming is met dit Verdrag, te vermijden.
**3.** De bevoegde autoriteiten van de Staten zullen trachten moeilijkheden of twijfelpunten die mochten rijzen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen. Zij kunnen ook met elkaar overleg plegen teneinde dubbele belasting ongedaan te maken in gevallen waarvoor in dit Verdrag geen voorziening is getroffen.
**4.** De bevoegde autoriteiten van de Staten kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen teneinde een overeenstemming als bedoeld in de voorgaande leden te bereiken.
HOOFDSTUK VI
Artikel 25
Regeling voor onderling overleg
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 20 oktober 1969