Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VI

Artikel 21

Strafbare feiten met betrekking tot de deelname van een kind aan pornografische voorstellingen

Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2010

1. Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat de volgende opzettelijke gedragingen strafbaar worden gesteld: het werven van een kind voor deelname aan pornografische voorstellingen of ervoor zorgen dat een kind deelneemt aan dergelijke voorstellingen; het dwingen van een kind tot deelname aan pornografische voorstellingen of daar voordeel uit trekken, dan wel anderszins een kind uitbuiten met een dergelijk oogmerk; het welbewust bijwonen van pornografische voorstellingen waarbij kinderen betrokken zijn. 2. Elke Partij kan zich het recht voorbehouden de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, te beperken tot gevallen waarin kinderen zijn geworven of gedwongen in overeenstemming met het eerste lid, onderdeel a of b.

Rechtspraak bij dit artikel