**1.** Elke Partij verzekert dat haar bevoegde autoriteiten beschikken over personen die opgeleid en gekwalificeerd zijn op het gebied van het voorkomen en bestrijden van mensenhandel en het identificeren en helpen van slachtoffers, met inbegrip van kinderen, en waarborgt dat de verschillende autoriteiten met elkaar en met relevante hulporganisaties samenwerken, zodat slachtoffers kunnen worden geïdentificeerd in een procedure waarbij op passende wijze rekening wordt gehouden met de bijzondere situatie waarin vrouwen en kinderen die slachtoffer zijn, verkeren en, in de daarvoor in aanmerking komende gevallen, verblijfsvergunningen kunnen worden afgegeven krachtens de voorwaarden als vervat in artikel 14 van dit Verdrag.
**2.** Elke Partij neemt de wetgevende en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om slachtoffers te identificeren, wanneer van toepassing in samenwerking met andere Partijen en relevante hulporganisaties. Elke Partij waarborgt dat, indien de bevoegde autoriteiten redelijke gronden hebben om aan te nemen dat een persoon het slachtoffer is geweest van mensenhandel, deze persoon niet van haar grondgebied zal worden verwijderd voordat de identificatieprocedure om vast te stellen of iemand het slachtoffer is geworden van een strafbaar feit als omschreven in artikel 18 van dit Verdrag, door de bevoegde autoriteiten is afgerond en waarborgt tevens dat deze persoon de hulp ontvangt als omschreven in artikel 12, eerste en tweede lid.
**3.** Wanneer onzekerheid bestaat over de leeftijd van het slachtoffer en er gronden zijn om aan te nemen dat het slachtoffer een kind is, wordt hij of zij aangemerkt als kind en worden in afwachting van verificatie van zijn of haar leeftijd bijzondere beschermingsmaatregelen ingesteld.
**4.** Zodra van een onbegeleid kind wordt vastgesteld dat het slachtoffer is, neemt elke Partij de volgende maatregelen:
het zorgen voor vertegenwoordiging van het kind door een voogd, organisatie of autoriteit die in het belang van het kind handelt;
het nemen van de nodige stappen om zijn identiteit en nationaliteit vast te stellen;
het verrichten van alle inspanningen om zijn familie te lokaliseren indien dit in het belang van het kind is.
HOOFDSTUK III
Artikel 10
Identificatie van de slachtoffers
Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2010