Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 21

Poging en medeplichtigheid of uitlokking

Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2010

1. Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig kunnen zijn om medeplichtigheid aan of uitlokking van elk van de overeenkomstig de artikelen 18 en 20 van dit Verdrag omschreven feiten, indien zulks opzettelijk geschiedt, strafbaar te stellen. 2. Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig kunnen zijn om een poging tot het plegen van een van de in de artikelen 18 en 20, onderdeel a, van dit Verdrag omschreven feiten, indien zulks opzettelijk geschiedt, strafbaar te stellen.

Rechtspraak bij dit artikel