Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VI

Artikel 34

Informatie

Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2010

1. De aangezochte Partij licht de verzoekende Partij onverwijld in over het uiteindelijke resultaat van de krachtens dit hoofdstuk ondernomen actie. De aangezochte Partij licht de verzoekende Partij eveneens onverwijld in over omstandigheden die de uitvoering van de verzochte maatregelen onmogelijk maken of deze aanzienlijk dreigen te vertragen. 2. Een Partij kan, binnen de grenzen van haar nationale recht en zonder voorafgaand verzoek, in het kader van haar eigen onderzoek verkregen inlichtingen aan een andere Partij verstrekken wanneer zij van oordeel is dat het verstrekken van dergelijke informatie de ontvangende Partij kan helpen bij het instellen of uitvoeren van onderzoeken of strafvervolgingen ter zake van overeenkomstig dit Verdrag strafbaar gestelde feiten, of kan leiden tot een verzoek om samenwerking van dit Partij in de zin van dit hoofdstuk. 3. Voorafgaand aan het verstrekken van deze informatie kan de verstrekkende Partij verzoeken dat deze vertrouwelijk wordt behandeld of uitsluitend onder bepaalde voorwaarden wordt gebruikt. Indien de ontvangende Partij aan een dergelijk verzoek niet kan voldoen, stelt zij de verstrekkende Partij daarvan in kennis, die vervolgens bepaalt of de informatie niettemin moet worden verstrekt. Indien de ontvangende Partij de informatie onder deze voorwaarden aanvaardt, is zij aan deze voorwaarden verbonden. 4. Alle informatie die wordt verzocht met betrekking tot de artikelen 13, 14 en 16, noodzakelijk om te voorzien in de rechten die voortvloeien uit deze artikelen, wordt op verzoek van de desbetreffende Partij onverwijld verstrekt met zorgvuldige inachtneming van artikel 11 van dit Verdrag.

Rechtspraak bij dit artikel