Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 5

Voorkomen van mensenhandel

Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2010

1. Elke Partij neemt maatregelen om nationale coördinatie in te stellen of te versterken tussen de verschillende instanties die verantwoordelijk zijn voor het voorkomen en bestrijden van mensenhandel. 2. Elke Partij stelt doeltreffend beleid en doeltreffende programma’s in en/of versterkt deze om mensenhandel te voorkomen, door onder andere de volgende middelen: onderzoek, informatie-, bewustmakings- en voorlichtingscampagnes, sociale en economische initiatieven en trainingsprogramma’s, met name voor personen die kwetsbaar zijn voor mensenhandel en voor personen die beroepsmatig bij de bestrijding van mensenhandel betrokken zijn. 3. Elke Partij bevordert een op mensenrechten gebaseerde aanpak en hanteert gendermainstreaming en een aanpak die rekening houdt met de belangen van kinderen bij de ontwikkeling, implementatie en beoordeling van de in het tweede lid bedoelde beleidsmaatregelen en programma’s. 4. Elke Partij neemt de passende maatregelen die nodig kunnen zijn om ervoor te zorgen dat migratie op rechtmatige wijze kan plaatsvinden, met name door de verspreiding van accurate informatie door relevante diensten over de vereisten voor legale binnenkomst in en legaal verblijf op haar grondgebied. 5. Elke Partij neemt specifieke maatregelen om de kwetsbaarheid van kinderen voor mensensmokkel te verminderen, met name door een beschermende omgeving voor hen te creëren. 6. Bij overeenkomstig dit artikel vastgestelde maatregelen worden, wanneer van toepassing, niet-gouvernementele organisaties, andere relevante organisaties en andere onderdelen van het maatschappelijk middenveld betrokken die zich inzetten voor het voorkomen van mensenhandel en voor hulp aan of bescherming van slachtoffers.

Rechtspraak bij dit artikel