Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 7

Grensmaatregelen

Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2010

1. Onverminderd internationale verplichtingen ten aanzien van het vrije verkeer van personen, scherpen de Partijen, voor zover mogelijk, de grenscontroles aan die nodig kunnen zijn ter voorkoming en opsporing van mensenhandel. 2. Elke Partij neemt wetgevende of andere passende maatregelen ter voorkoming, voor zover mogelijk, van het gebruik van door commerciële vervoerders geëxploiteerde transportmiddelen bij het plegen van overeenkomstig dit Verdrag strafbaar gestelde feiten. 3. Indien van toepassing en onverminderd toepasselijke internationale verdragen omvatten dergelijke maatregelen het vaststellen van de verplichting van commerciële vervoerders, met inbegrip van elk transportbedrijf of elke eigenaar of exploitant van een transportmiddel, te verifiëren of alle passagiers in het bezit zijn van de voor de toegang tot de ontvangende Staat benodigde reisdocumenten. 4. Elke Partij neemt de nodige maatregelen, in overeenstemming met haar nationale recht, om te voorzien in sancties in gevallen van schending van de in het derde lid van dit artikel bedoelde verplichting. 5. Elke Partij overweegt de wetgevende of andere maatregelen te nemen die nodig kunnen zijn om, in overeenstemming met haar nationale recht, het weigeren van de toegang of het intrekken van visa van personen die betrokken zijn bij het plegen van de overeenkomstig dit Verdrag strafbaar gestelde feiten mogelijk maken. 6. De Partijen versterken de samenwerking tussen instellingen voor grenscontrole, onder andere door het creëren en onderhouden van rechtstreekse communicatiekanalen.

Rechtspraak bij dit artikel