Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1992 (Fondsverdrag 1992)· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 15 november 1997

1. Ter bepaling van het bedrag dat eventueel verschuldigd is aan jaarlijkse bijdragen, stelt de Algemene Vergadering, rekening houdende met de noodzaak van het beschikbaar zijn van voldoende liquide fondsen, voor elk kalenderjaar een voorlopige begroting op van: Uitgaven: kosten en uitgaven van de administratie van het Fonds in het desbetreffende jaar en tekorten voortvloeiend uit verrichtingen in voorafgaande jaren; door het Fonds in het desbetreffende jaar te verrichten betalingen ter voldoening van vergoedingen, verschuldigd ingevolge artikel 4, daaronder begrepen terugbetaling van leningen die het Fonds eerder ter voldoening van zodanige vergoedingen heeft aangegaan, in zoverre het totale bedrag van deze vorderingen ten aanzien van één voorval niet meer bedraagt dan 15 miljoen franken; voor het Fonds in het desbetreffende jaar te verrichten betalingen ter voldoening van vergoedingen, verschuldigd ingevolge artikel 4, daaronder begrepen terugbetaling van leningen die het Fonds eerder ter voldoening van zodanige vergoedingen heeft aangegaan, in zoverre het totale bedrag van deze vorderingen ten aanzien van één voorval meer bedraagt dan vier miljoen rekeneenheden; Inkomsten: overschotten uit verrichtingen in voorgaande jaren, met inbegrip van eventuele renten; jaarlijkse bijdragen, die nodig mochten zijn om een sluitende begroting te verkrijgen; andere inkomsten. 2. De Algemene Vergadering besluit over het te heffen totale bedrag aan bijdragen. Op basis van dat besluit berekent de Directeur, ten aanzien van elke Verdragsluitende Staat, voor elke persoon bedoeld in artikel 10 het bedrag van diens jaarlijkse bijdrage: indien het een bijdrage betreft ter voldoening van betalingen bedoeld in de leden 1 (i) a en b, op basis van een vast bedrag voor elke ton bijdragende olie welke is ontvangen in de desbetreffende Staat door deze personen gedurende het voorgaande kalenderjaar; en indien het een bijdrage betreft ter voldoening van betalingen als bedoeld in lid 1 (i) c van dit artikel, op basis van een vast bedrag voor elke ton bijdragende olie welke is ontvangen door deze personen gedurende het kalenderjaar dat voorafgaat aan dat waarin het desbetreffende voorval heeft plaatsgevonden, mits die Staat op de datum van het voorval Partij was bij dit Verdrag. 3. De bedragen bedoeld in het tweede lid worden berekend door het totaal van de verschuldigde bijdragen te delen door de totale hoeveelheid bijdragende olie welke in het desbetreffende jaar is ontvangen in alle Verdragsluitende Staten. 4. De jaarlijkse bijdrage is verschuldigd op de datum te bepalen in het huishoudelijk reglement van het Fonds. De Algemene Vergadering kan tot een andere betalingsdatum besluiten. 5. De Algemene Vergadering kan, op de voorwaarden te bepalen in het financiële reglement van het Fonds, besluiten, overschrijvingen te verrichten tussen gelden ontvangen overeenkomstig artikel 12, tweede lid, onder a, en gelden ontvangen overeenkomstig artikel 12, tweede lid, onder b.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel