Naar hoofdinhoud

TITEL IV

Artikel 19

Beleid inzake zeevervoer

Onderdeel van Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2014

1. De partijen komen overeen te streven naar onbeperkte toegang tot de internationale maritieme markt en het internationaal maritiem vervoer op basis van eerlijke concurrentie op commerciële grondslag, overeenkomstig de bepalingen van dit artikel. 2. De partijen verbinden zich er met het oog op de in lid 1 genoemde doelstelling toe: geen bepalingen inzake vrachtverdeling op te nemen in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen die betrekking hebben op zeevervoersdiensten, met inbegrip van het handelsverkeer in droge en vloeibare bulkgoederen en van lijnvaartmaatschappijen, en dergelijke vrachtverdelingsregelingen niet toe te passen indien zij in eerdere bilaterale overeenkomsten voorkomen; vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst af te zien van de uitvoering van administratieve, technische en juridische maatregelen die zouden kunnen leiden tot discriminatie tussen eigen onderdanen of ondernemingen en die van de andere partij bij het verrichten van diensten in het internationaal zeevervoer; aan schepen die door onderdanen of ondernemingen van de andere partij worden geëxploiteerd geen minder gunstige behandeling te verlenen dan aan hun eigen schepen, ten aanzien van de toegang tot voor het internationale handelsverkeer opengestelde havens, het gebruik van de infrastructuur en van de maritieme hulpdiensten van de havens en de daarmee verband houdende vergoedingen en kosten, de douanefaciliteiten en de toewijzing van aanlegplaatsen en faciliteiten voor het laden en lossen; toe te laten dat scheepvaartondernemingen van de andere partij zich op hun grondgebied vestigen voor de uitoefening van hun scheepvaartactiviteiten, onder voorwaarden voor de vestiging en de uitoefening van hun activiteiten die niet minder gunstig zijn dan die welke gelden voor hun eigen ondernemingen of voor filialen of vestigingen van ondernemingen uit derde landen, indien die gunstiger zijn. 3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder toegang tot de internationale maritieme markt mede verstaan dat internationale maritieme vervoersondernemingen van beide partijen het recht hebben om vervoersdiensten van deur tot deur aan te bieden die ten dele over zee plaatsvinden, en dat zij daartoe rechtstreeks overeenkomsten mogen sluiten met lokale niet-maritieme vervoersondernemingen op het grondgebied van de andere partij, behoudens nationaliteitsbeperkingen betreffende het vervoer van goederen en personen met andere vervoermiddelen. 4. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op ondernemingen uit de Europese Unie en de Republiek Korea. Zij zijn tevens van toepassing op scheepvaartondernemingen die niet in de Europese Unie of de Republiek Korea zijn gevestigd en onder zeggenschap staan van onderdanen van een lidstaat of van de Republiek Korea, mits hun schepen in de betreffende lidstaat of in de Republiek Korea overeenkomstig de geldende wetgeving zijn geregistreerd. 5. De activiteiten in de Europese Unie of in de Republiek Korea van scheepvaartagentschappen worden voor zover nodig in specifieke overeenkomsten geregeld. 6. De partijen voeren een dialoog over het zeevervoersbeleid.

Rechtspraak bij dit artikel