Naar hoofdinhoud

TITEL I

Artikel 2

Doel van de samenwerking

Onderdeel van Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2014

1. Teneinde hun samenwerking te versterken, verbinden de partijen zich ertoe hun politieke dialoog te intensiveren en hun economische betrekkingen verder te stimuleren. Hun inspanningen richten zich met name op: het bereiken van overeenstemming over een toekomstvisie voor de versterking van hun partnerschap en het ontwikkelen van gezamenlijke projecten om deze visie in praktijk te brengen; het voeren van regelmatige politieke dialogen; het bevorderen van gezamenlijke inspanningen in alle relevante regionale en internationale fora en organisaties in reactie op mondiale vraagstukken; het bevorderen van economische samenwerking op gebieden van wederzijds belang, met inbegrip van wetenschappelijke en technische samenwerking, teneinde tot hun wederzijds voordeel de handel te diversifiëren; het aanmoedigen van samenwerking tussen bedrijven, door investeringen aan beide zijden te faciliteren en beter wederzijds begrip te bevorderen; het versterken van de deelname van de partijen aan elkaars samenwerkingsprogramma’s, wanneer die voor de andere partij zijn opengesteld; het versterken van de rol en het profiel van de partijen in de regio van de andere partij, onder andere door middel van culturele uitwisselingen, het gebruik van informatietechnologie en onderwijs; het bevorderen van interpersoonlijke contacten en wederzijds begrip. 2. De partijen komen overeen, op basis van hun hechte partnerschap en gedeelde waarden, de samenwerking en de dialoog te ontwikkelen inzake alle aangelegenheden van wederzijds belang. Hun inspanningen richten zich met name op: het versterken van de politieke dialoog en de samenwerking, met name inzake mensenrechten, non-proliferatie van massavernietigingswapens, handvuurwapens en lichte wapens, bestrijding van de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan en bestrijding van terrorisme; het versterken van de samenwerking op alle met handel en investeringen samenhangende gebieden van wederzijds belang en het scheppen van de voorwaarden voor een duurzame toename van handel en investeringen tussen de partijen tot hun wederzijds voordeel; het versterken van de samenwerking op economisch gebied, met name de dialoog inzake het economisch beleid, samenwerking tussen bedrijven, belastingheffing, douane, mededingingsbeleid, informatiemaatschappij, wetenschap en technologie; energie, vervoer, beleid inzake zeevervoer en consumentenbeleid; het versterken van de samenwerking inzake duurzame ontwikkeling, en met name gezondheid, werkgelegenheid en sociale zaken, milieu en natuurlijke hulpbronnen, klimaatverandering, landbouw, plattelandsontwikkeling en bosbouw, zee en visserij en ontwikkelingshulp; het versterken van de samenwerking op het gebied van cultuur, informatie, communicatie, audiovisuele zaken en de media en het onderwijs; het versterken van de samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid, met name de rechtsstaat, juridische samenwerking, bescherming van persoonsgegevens, migratie, drugsbestrijding, bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie, bestrijding van witwassen van geld en financiering van terrorisme, bestrijding van computercriminaliteit en rechtshandhaving; het versterken van de samenwerking op andere gebieden van gemeenschappelijk belang, en met name toerisme, het maatschappelijk middenveld, het overheidsapparaat en statistiek.

Rechtspraak bij dit artikel