**1.** De bevoegde autoriteiten van de beide Staten wisselen zodanige inlichtingen uit als nodig zijn om uitvoering te geven aan dit Verdrag, in het bijzonder om fraude te voorkomen, alsmede om uitvoering te geven aan wettelijke voorzieningen tegen wetsontduiking met betrekking tot de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is. De bevoegde autoriteiten van de beide Staten kunnen weigeren inlichtingen te verstrekken, die niet op grond van de bij de belastingautoriteiten aanwezige gegevens kunnen worden verstrekt, maar uitgebreide onderzoekingen noodzakelijk zouden maken. Elke aldus uitgewisselde inlichting wordt geheim gehouden en niet ter kennis gebracht van andere personen of autoriteiten dan die belast met de vaststelling of invordering van de belastingen die het onderwerp van dit Verdrag uitmaken.
**2.** In geen geval worden de bepalingen van het eerste lid aldus uitgelegd dat zij een van de beide Staten de verplichting opleggen:
maatregelen te nemen die in strijd zijn met de wetgeving of het gebruik van die of van de andere Staat;
bijzonderheden te verstrekken die niet verkrijgbaar zijn volgens de wetgeving of in de normale gang van zaken in de administratie van die of van de andere Staat;
inlichtingen te verstrekken die een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze zouden onthullen, dan wel inlichtingen waarvan het verstrekken in strijd zou zijn met de openbare orde.
HOOFDSTUK VI
Artikel 27
Uitwisseling van inlichtingen
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 21 april 1971