**(1).** Voor het regelmatig plegen van gemeenschappelijk overleg wordt een uit acht leden bestaande permanente gemengde commissie ingesteld, die tot taak zal hebben alle vraagstukken op te lossen welke uit de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst ontstaan.
**(2).** Van de commissieleden, die geen regeringsambtenaren behoeven te zijn, worden er vier voor de Bondsrepubliek Duitsland benoemd door de Bondsminister van Buitenlandse Zaken in overleg met de andere betrokken bondsministers en met de ministers van onderwijs van de „Länder” van de Bondsrepubliek Duitsland; de vier andere leden worden voor het Koninkrijk der Nederlanden benoemd door de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. De commissie kan deskundigen aantrekken en voor technische vraagstukken welke een diepgaand onderzoek vereisen, subcommissies instellen.
**(3).** De permanente gemengde commissie komt naar behoefte, doch ten minste eenmaal per jaar, afwisselend in de Bondsrepubliek Duitsland en in het Koninkrijk der Nederlanden bijeen. Het voorzitterschap wordt waargenomen door een commissielid van het land waarin zij bijeenkomt.
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Culturele Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 21 april 1962