Elk der Overeenkomstsluitende Partijen zal zich beijveren, de oprichting van, en het verlenen van steun aan, culturele instellingen van de andere Overeenkomstsluitende Partij in het eigen land te bevorderen, mits de in dat land geldende wettelijke voorschriften ten aanzien van de oprichting en het beheer van zodanige instellingen in acht worden genomen.
De term „instelling” omvat scholen, wetenschappelijke en culturele instituten, bibliotheken, film- en muziekarchieven.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Culturele Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 21 april 1962