De Overeenkomstsluitende Partijen zullen zich beijveren, elkaar wederzijds bij te staan bij het verbreiden onder hun bevolking van kennis der cultuurgoederen van het andere land, in het bijzonder door middel van:
kunsttentoonstellingen en tentoonstellingen van andere aard;
concerten en voordrachten;
toneelvoorstellingen;
uitwisseling van instructiefilms, culturele en wetenschappelijke films;
bevordering van de samenwerking op het gebied van radio en televisie.
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Culturele Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 21 april 1962