Naar hoofdinhoud

TITEL III

Artikel 16

Artikel 16

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 15 september 1965

(1). In de andere Staat worden behalve rechterlijke beslissingen ook de volgende executoriale titels erkend en als in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissingen ten uitvoer gelegd, voor zover zij in de Staat waar zij tot stand gekomen zijn, voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn: gerechtelijke schikkingen; andere authentieke akten, met name gerechtelijke of notariële akten, alsmede schuldbekentenissen en schikkingen welke in zaken betreffende levensonderhoud ten overstaan van een administratieve instantie - Jugendamt - opgemaakt zijn; erkenningen van vorderingen in een faillissement; de in een faillissement, in een procedure omtrent een akkoord ter afwending van een faillissement (Vergleichsverfahren zur Abwendung des Konkurses) of in een surséance van betaling gehomologeerde akkoorden. (2). Op het verzoek tot verlening van het verlof tot tenuitvoerlegging en voor de verdere procedure zijn de artikelen 9, 10, onder a, c en d, 12, 13, 14, eerste lid, onder a en c , en tweede lid, alsmede artikel 15 van overeenkomstige toepassing. Bij de beslissing op het verzoek tot verlening van het verlof tot tenuitvoerlegging moet het aangezochte gerecht zich bepalen tot het onderzoek of de vereiste stukken zijn overgelegd en of de in artikel 2, onder a, genoemde weigeringsgrond aanwezig is. Het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken vervangt per 1 februari 1973 het onderhavige Verdrag, en wel op grond van artikel 55 van het Verdrag van 1968 en de genoemde inwerkingtreding ervan. Echter, de vervanging geldt slechts met inachtneming van de beperkingen van de artikelen 54, tweede alinea, en 56 van het genoemde Verdrag en slechts voor zover de toepassing van dat Verdrag op grond van zijn artikel 1 reikt. De EG-Verordening 44/2001 vervangt per 1 maart 2002 het onderhavige Verdrag, en wel op grond van artikel 69 van de Verordening en de genoemde inwerkingtreding ervan. Echter, de vervanging geldt slechts met inachtneming van de beperkingen van de artikelen 66, tweede lid, en 70 van de Verordening en slechts voor zover de toepassing van de Verordening op grond van haar artikel 1 reikt. De EG-Verordening 1346/2000 vervangt per 31 mei 2002 het onderhavige Verdrag, en wel op grond van artikel 44 van de Verordening en de genoemde inwerkingtreding ervan. Echter, de vervanging geldt slechts voor zover de toepassing van de Verordening op grond van haar artikel 1 reikt. De EG-Verordening 2201/2003 vervangt per 1 augustus 2004 het onderhavige Verdrag, en wel op grond van artikel 59 van de Verordening en de genoemde inwerkingtreding ervan. Echter, de vervanging is pas van toepassing vanaf 1 maart 2005, met uitzondering van de artikelen 67, 68, 69 en 70 van de Verordening van 2003 die wel vanaf 1 augustus 2004 van toepassing zijn. Bovendien geldt de vervanging slechts voor zover de toepassing van de Verordening op grond van haar artikel 1 reikt (Trb. 2005/61).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel