**(1).** De erkenning mag niet worden geweigerd op de enkele grond dat het gerecht, dat de beslissing heeft gegeven, naar de regels van zijn internationaal privaatrecht andere wetten heeft toegepast dan die, welke naar het internationaal privaatrecht van de Staat, waar de beslissing wordt ingeroepen, hadden moeten zijn toegepast.
**(2).** Niettemin mag de erkenning op de in het eerste lid genoemde grond worden geweigerd, indien de beslissing berust op een beoordeling van een familierechtelijke of erfrechtelijke rechtsbetrekking, van de rechtsbevoegdheid of handelingsbekwaamheid, de wettelijke vertegenwoordiging of de verklaring van vermoedelijk overlijden van een onderdaan van de Staat waar een beroep op de beslissing wordt gedaan, tenzij zij ook bij toepassing van het internationaal privaatrecht van deze Staat gerechtvaardigd zou zijn geweest.
Het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken vervangt per 1 februari 1973 het onderhavige Verdrag, en wel op grond van artikel 55 van het Verdrag
van 1968 en de genoemde inwerkingtreding ervan. Echter, de vervanging geldt
slechts met inachtneming van de beperkingen van de artikelen 54, tweede alinea,
en 56 van het genoemde Verdrag en slechts voor zover de toepassing van dat
Verdrag op grond van zijn artikel 1 reikt. De EG-Verordening 44/2001 vervangt per 1 maart 2002 het onderhavige Verdrag, en wel op grond van artikel 69 van de Verordening
en de genoemde inwerkingtreding ervan. Echter, de vervanging geldt slechts
met inachtneming van de beperkingen van de artikelen 66, tweede lid, en 70
van de Verordening en slechts voor zover de toepassing van de Verordening
op grond van haar artikel 1 reikt. De EG-Verordening 1346/2000 vervangt per 31 mei 2002
het onderhavige Verdrag, en wel op grond van artikel 44 van de Verordening
en de genoemde inwerkingtreding ervan. Echter, de vervanging geldt slechts
voor zover de toepassing van de Verordening op grond van haar artikel 1 reikt. De EG-Verordening 2201/2003 vervangt per 1 augustus 2004 het onderhavige Verdrag, en wel op grond van artikel 59 van de Verordening
en de genoemde inwerkingtreding ervan. Echter, de vervanging is pas van toepassing
vanaf 1 maart 2005, met uitzondering van de artikelen 67, 68, 69 en 70 van
de Verordening van 2003 die wel vanaf 1 augustus 2004 van toepassing zijn.
Bovendien geldt de vervanging slechts voor zover de toepassing van de Verordening
op grond van haar artikel 1 reikt (Trb. 2005/61).
TITEL I
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 15 september 1965