Indien een structuur of veld bedoeld in artikel 1 van deze Overeenkomst van dien aard is, dat het ontbreken van overeenstemming tussen de Overeenkomstsluitende Partijen een maximale uiteindelijke opbrengst uit het delfstofvoorkomen zou verhinderen dan wel zou leiden tot onnodige concurrentie bij het boren, wordt elke aangelegenheid betreffende de wijze, waarop de structuur of het veld zal worden geëxploiteerd of waarop de kosten en opbrengsten die daarmee verband houden zullen worden verdeeld, en ten aanzien waarvan de Overeenkomstsluitende Partijen geen overeenstemming kunnen bereiken, op verzoek van een van beide Partijen voorgelegd aan een scheidsrechter die door de Overeenkomstsluitende Partijen gezamenlijk wordt benoemd. De beslissing van de scheidsrechter is bindend voor de Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel 2
Artikel 2
Deze tekst geldt sinds 23 december 1966