Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V

Artikel 16

Artikel 16

Onderdeel van Douaneovereenkomst inzake welzijnsgoederen voor zeevarenden· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 9 februari 1967

1. Elke Staat kan, hetzij ten tijde van de ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, of van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of toetreding, hetzij daarna, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad gerichte kennisgeving verklaren dat deze Overeenkomst mede van toepassing zal zijn op alle of op bepaalde gebieden voor welker buitenlandse betrekkingen hij verantwoordelijk is. Deze kennisgeving wordt van kracht drie maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal van de Raad haar ontvangt. De Overeenkomst kan echter niet worden toegepast in de gebieden genoemd in de kennisgeving, voordat de Overeenkomst van kracht wordt ten aanzien van de desbetreffende Staat. 2. Elke Staat die met toepassing van het eerste lid van dit artikel heeft medegedeeld, dat deze Overeenkomst mede wordt toegepast in een gebied voor welks buitenlandse betrekkingen hij verantwoordelijk is, kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 14 van deze Overeenkomst aan de Secretaris-Generaal van de Raad mededelen dat dit gebied de Overeenkomst niet langer zal toepassen.

Rechtspraak bij dit artikel