**(1).** Dit Verdrag is van toepassing op beslissingen, die in vermogensrechtelijke zaken door de gewone gerechten van de Hoge Verdragsluitende Partijen zijn gegeven.
**(2).** Voor de toepassing van dit Verdrag worden de Oostenrijkse „Arbeitsgerichte” met gewone gerechten op een lijn gesteld.
**(3).** Onder „vermogensrechtelijke zaken” worden voor de toepassing van dit Verdrag ook wettelijke onderhoudsvorderingen verstaan.
**(4).** Onder „beslissingen” worden voor de toepassing van dit Verdrag verstaan: alle beslissingen, hoe ook genaamd (zoals vonnissen, beslissingen in kort geding, beschikkingen, arresten, dwangbevelen, Urteile, Zahlungsbefehle, Zahlungsaufträge, Beschlüsse), gegeven in zaken van eigenlijke of oneigenlijke rechtspraak, met uitzondering evenwel van:
beslissingen inzake faillissement, akkoord en surséance van betaling;
voorlopige maatregelen;
beslissingen van de strafrechter omtrent burgerrechtelijke vorderingen;
beslissingen van Nederlandse gerechten voorzover daarbij een schuldenaar veroordeeld is tot betaling van een dwangsom aan de schuldeiser voor het geval de schuldenaar zijn verplichting tot het verrichten of nalaten van een handeling niet nakomt, tenzij de verbeurde geldsom door een nadere beslissing van een Nederlands gerecht vastgesteld is.
Het onderhavige Verdrag is op 1 september 1996 vervangen
door het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, gedaan te Lugano op 16 september 1988, voor zover de toepassing van dat Verdrag
reikt op grond van zijn artikelen 1 en 56. Het onderhavige Verdrag is op 1 december 1998 vervangen
door het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, voor zover de toepassing van dat Verdrag
reikt op grond van zijn artikelen 1, 54, tweede lid en 56. Het onderhavige Verdrag is op 1 maart 2002 vervangen door de Verordening van 2002,
voor zover de toepassing van de Verordening reikt op grond van zijn artikelen
1, 66 en 70. Het onderhavige Verdrag is op 1 maart 2005 vervangen door de EG-Verordening 2201/2003,
voor zover de toepassing van de Verordening reikt op grond van zijn artikelen
1 en 64 (Trb. 2005/62).
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en authentieke akten op het gebied van het burgerlijk recht· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 30 april 1966