**1.** Onverminderd het bepaalde bij het tweede en het vierde lid van dit artikel is dit Verdrag van toepassing op vonnissen in burgerlijke zaken, die na het tijdstip van inwerkingtreding van dit Verdrag zijn gewezen door de navolgende gerechten:
voor het Verenigd Koninkrijk: het House of Lords; voor Engeland en Wales: het Supreme Court of Judicature (Court of Appeal en High Court of Justice) en de Courts of Chancery van de Paltsgraafschappen Lancaster en Durham; voor Schotland: het Court of Session en het Sheriff Court; en voor Noord-Ierland: het Supreme Court of Judicature; en
voor het Koninkrijk der Nederlanden: de Hoge Raad der Nederlanden, de gerechtshoven en de arrondissementsrechtbanken.
**2.** Dit Verdrag is niet van toepassing op:
vonnissen, die zijn gewezen op grond van een rechtsmiddel tegen een beslissing van een niet in het eerste lid van dit artikel genoemd gerecht;
vonnissen, gewezen ter zake van rechtsvorderingen tot inning van belastingen en soortgelijke lasten of tot inning van geldboeten en andere strafrechtelijk opgelegde lasten;
vonnissen in familierechtelijke aangelegenheden of betreffende de staat van personen, daaronder begrepen beschikkingen inzake onderhoud;
vonnissen in zaken van erfenis of beheer van nalatenschappen;
vonnissen inzake faillissement en surséance van betaling of de ontbinding en vereffening van vennootschappen.
**3.** Dit Verdrag sluit niet uit, dat een in het gebied van een der Hoge Verdragsluitende Partijen gewezen vonnis dat niet onder de werking van dit Verdrag valt of dat is gewezen onder omstandigheden waarin dit Verdrag de erkenning of tenuitvoerlegging niet vereist, niettemin in het gebied van de andere Hoge Verdragsluitende Partij wordt erkend en ten uitvoer gelegd op grond van de alsdan ter plaatse geldende interne rechtsregelen.
**4.** Een Hoge Verdragsluitende Partij is niet verplicht dit Verdrag toe te passen op een vonnis, gewezen terzake van schade, welke valt onder de werking van een Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, waarbij die Hoge Verdragsluitende Partij eveneens Verdragsluitende Partij is.
Het onderhavige Verdrag is in de verhouding Nederland-Verenigd Koninkrijk vanaf 1 januari 1987 vervangen door het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken en onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 54, tweede lid, en artikel 56 van het Verdrag van 1968. Het onderhavige Verdrag blijft echter volledig van kracht in de verhouding Nederland, enerzijds, en het Baljuwschap Guernsey, het Baljuwschap Jersey, het eiland Man en Hong Kong, anderzijds; het blijft eveneens van kracht tussen de Nederlandse Antillen, Aruba en het Verenigd Koninkrijk (Trb. 1987/56).
Afdeling
Artikel II
Artikel II
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende de wederkerige erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke zaken· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 21 september 1969