**1.** Onverminderd het bepaalde in het tweede lid van dit artikel wordt een in het gebied van een der Hoge Verdragsluitende Partijen gewezen vonnis ingevolge hetwelk een geldsom is verschuldigd, in het gebied van de andere ten uitvoer gelegd op de wijze bepaald in de artikelen VI tot VIII van dit Verdrag,
met dien verstande, dat de beslissing niet zal worden ten uitvoer gelegd, indien:
aan het vonnis geheel is voldaan;
het vonnis niet vatbaar was voor tenuitvoerlegging in het land van het oorspronkelijke gerecht, of
er een grond tot weigering van de erkenning als bepaald in artikel III aanwezig is.
**2.** Indien de schuldenaar ten genoegen van het aangezochte gerecht aantoont, dat een rechtsmiddel is ingesteld of dat hij gerechtigd is om een rechtsmiddel aan te wenden en ook voornemens is dit te doen, dan behoeft de tenuitvoerlegging van het vonnis niet te worden toegestaan en kan het aangekochte gerecht die maatregelen treffen, die naar zijn interne wet geoorloofd zijn.
Het onderhavige Verdrag is in de verhouding Nederland-Verenigd Koninkrijk vanaf 1 januari 1987 vervangen door het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken en onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 54, tweede lid, en artikel 56 van het Verdrag van 1968. Het onderhavige Verdrag blijft echter volledig van kracht in de verhouding Nederland, enerzijds, en het Baljuwschap Guernsey, het Baljuwschap Jersey, het eiland Man en Hong Kong, anderzijds; het blijft eveneens van kracht tussen de Nederlandse Antillen, Aruba en het Verenigd Koninkrijk (Trb. 1987/56).
Afdeling
Artikel V
Artikel V
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende de wederkerige erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke zaken· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 21 september 1969