Naar hoofdinhoud

Afdeling

Artikel XI

Artikel XI

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende de wederkerige erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke zaken· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 21 september 1969

Dit Verdrag zal worden bekrachtigd. De oorkonden van bekrachtiging zullen te Londen worden uitgewisseld. Het Verdrag zal drie maanden nadat de oorkonden van bekrachtiging zijn uitgewisseld in werking treden en het zal gedurende drie jaar na zijn inwerkingtreding van kracht blijven. Indien geen van de Hoge Verdragsluitende Partijen de andere tenminste zes maanden vóór het verstrijken van de vermelde termijn van drie jaar langs de diplomatieke weg heeft kennis gegeven van zijn wens het Verdrag op te zeggen, dan zal het van kracht blijven tot op de dag waarop zes maanden verstreken zijn na de datum waarop een van de Hoge Verdragsluitende Partijen van de opzegging zal hebben kennis gegeven. Het onderhavige Verdrag is in de verhouding Nederland-Verenigd Koninkrijk vanaf 1 januari 1987 vervangen door het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken en onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 54, tweede lid, en artikel 56 van het Verdrag van 1968. Het onderhavige Verdrag blijft echter volledig van kracht in de verhouding Nederland, enerzijds, en het Baljuwschap Guernsey, het Baljuwschap Jersey, het eiland Man en Hong Kong, anderzijds; het blijft eveneens van kracht tussen de Nederlandse Antillen, Aruba en het Verenigd Koninkrijk (Trb. 1987/56).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel