De douane-administratie van elke Overeenkomstsluitende Staat houdt, uit eigen beweging of op verzoek en in de mate van het mogelijke, binnen haar dienstgebied een bijzonder toezicht:
op de bewegingen, inzonderheid op het betreden en het verlaten van het grondgebied, van personen die er van worden verdacht beroepsmatig of herhaaldelijk strafbare feiten te begaan op het stuk van de douanewetten van een andere Overeenkomstsluitende Staat;
op de plaatsen waar abnormale voorraden goederen worden aangelegd ten aanzien waarvan het vermoeden bestaat dat deze slechts dienen voor een verkeer dat in strijd is met de douanewetten van een andere Overeenkomstsluitende Staat;
op de verplaatsingen van goederen ten aanzien waarvan door een andere Overeenkomstsluitende Staat is medegedeeld dat ze het voorwerp uitmaken van een voor deze Staat bestemd omvangrijk verkeer dat in strijd is met zijn douanewetten;
op voertuigen, schepen of luchtvaartuigen waarvan vermoedt dat ze worden gebruikt voor het begaan van strafbare feiten op het stuk van de douanewetten van een andere Overeenkomstsluitende Staat.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake wederzijdse bijstand tussen de onderscheiden douane-administraties· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 1970