**(1).** Gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken, die uit een van beide Staten afkomstig zijn, worden rechtstreeks toegezonden, en wel
wanneer zij bestemd zijn voor personen in de Bondsrepubliek Duitsland, door de bevoegde Nederlandse rechterlijke autoriteiten aan de President van het Landgericht of het Amtsgericht in welks gebied de persoon, voor wie het stuk bestemd is, verblijft,
wanneer de betekening moet geschieden aan personen in Nederland, door de bevoegde Duitse rechterlijke autoriteiten aan de Officier van Justitie bij de Arrondissements-Rechtbank in welker gebied de persoon, voor wie het stuk bestemd is, verblijft.
**(2).** De genoemde autoriteiten bedienen zich bij de aanvragen en de verdere briefwisseling van hun eigen landstaal.
Hoofdstuk
Artikel 1
Artikel 1
Deze tekst geldt sinds 3 mei 1964