Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Verdrag inzake verkeerstekens· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 8 november 2008

1. Tekens dienen zodanig te worden geplaatst dat de bestuurders voor wie ze zijn bedoeld ze gemakkelijk en tijdig kunnen herkennen. Zij dienen als regel te worden geplaatst aan die zijde van de weg die overeenkomt met de rijrichting; ze kunnen echter boven de rijbaan worden geplaatst of herhaald. Elk teken dat is geplaatst aan de zijde van de weg die overeenkomt met de rijrichting, dient boven, of aan de andere zijde van de rijbaan te worden herhaald, indien de plaatselijke omstandigheden van dien aard zijn, dat de tekens niet zouden kunnen worden gezien door de bestuurders voor wie ze zijn bedoeld. 2. Alle tekens zijn over de hele breedte van de rijbaan die voor het verkeer openstaat van toepassing op de bestuurders voor wie ze bedoeld zijn. Het is echter ook toegestaan dat tekens alleen van toepassing zijn voor één of meer rijstroken, wanneer de rijbaan door in de lengterichting op het wegdek aangebrachte tekens in rijstroken is verdeeld. In dit geval wordt een van de drie volgende bebakeningsmogelijkheden toegepast: Het teken, indien nodig met toevoeging van een verticale pijl, wordt boven de desbetreffende rijstrook geplaatst, of Het teken wordt geplaatst aan de rand van de rijbaan wanneer zonder twijfel uit tekens op het wegdek blijkt dat het desbetreffende teken alleen van toepassing is op de rijstrook gelegen aan de rand van de rijbaan die overeenkomt met de rijrichting en dat het enige doel van dit teken is een plaatselijk voorschrift dat reeds door tekens op het wegdek wordt aangegeven, te bevestigen, of De tekens E,1 of E,2 omschreven in Bijlage 1, Deel E, Titel II, paragraaf 1 en 2 van dit Verdrag, of de tekens G,11 en G,12 omschreven in Bijlage 1, Deel G, Titel V, paragraaf 1 en 2, worden aan de rand van de rijbaan geplaatst. 3. Indien het bevoegde gezag van mening is dat een teken niet doeltreffend zou zijn indien het in de zijberm van een weg met gescheiden rijbanen zou worden geplaatst, is het geoorloofd het op de scheidende strook te plaatsen en in dit geval behoeft het niet in de zijberm van de weg te worden herhaald. 4. Het verdient aanbeveling dat de nationale wetgeving bepaalt: dat tekens zodanig worden geplaatst dat zij geen belemmering vormen voor het verkeer van voertuigen op de rijbaan, en, indien zij in de zijbermen zijn geplaatst, dat zij de voetgangers zo min mogelijk hinderen. Het verschil in hoogte tussen de rijbaan aan de zijde waar het teken is geplaatst en de onderste rand van het teken, dient voor alle tekens van dezelfde categorie of dezelfde route zoveel mogelijk gelijk te zijn; dat de borden van zodanige afmeting zijn dat het teken op een afstand gemakkelijk zichtbaar is en gemakkelijk kan worden begrepen door degene die het nadert; onder voorbehoud van de bepalingen van subparagraaf (c) van dit lid, dienen deze afmetingen te zijn aangepast aan de gebruikelijke snelheid van voertuigen; dat de afmetingen van gevaarstekens en van tekens die een bepaald voorschrift inhouden (behoudens tekens die een bijzonder voorschrift inhouden) op het grondgebied van elke Verdragsluitende Partij genormaliseerd zijn. Over het algemeen dienen er vier formaten te zijn voor elk type teken: klein, normaal, groot en zeer groot. Kleine tekens dienen te worden gebruikt overal waar de omstandigheden het gebruik van de normale tekens onmogelijk maken, of waar het verkeer alleen langzaam kan rijden; ze mogen ook worden gebruikt om een voorafgaand teken te herhalen. Grote tekens dienen op zeer brede wegen waarop met hoge snelheden wordt gereden te worden gebruikt. Zeer grote tekens dienen te worden gebruikt op wegen waarop met zeer hoge snelheden wordt gereden, zoals autosnelwegen.

Rechtspraak bij dit artikel