Naar hoofdinhoud
1. Voordelen verkregen uit de vervreemding van onroerende goederen, zoals omschreven in artikel 7, tweede lid, mogen worden belast in het land waar deze goederen zijn gelegen. 2. Voordelen verkregen uit de vervreemding van zaken (andere dan onroerende goederen) deel uitmakende van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een land in het andere land heeft, of van zaken (andere dan onroerende goederen) behorende tot een vast middelpunt dat een inwoner van een land in het andere land tot zijn beschikking heeft voor de uitoefening van een vrij beroep - daaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting (alleen of tezamen met de gehele onderneming) of van het vaste middelpunt - mogen in dat andere land worden belast. 3. Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid, zijn voordelen verkregen door een inwoner van een land uit de vervreemding van schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd, en van zaken (andere dan onroerende goederen) die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen, slechts in dat land belastbaar. 4. Voordelen verkregen door een inwoner van een land uit de vervreemding van alle andere zaken dan die waarop de bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel van toepassing zijn, zijn slechts in dat land belastbaar. 5. De bepaling van het vierde lid tast niet aan het recht van een land overeenkomstig zijn eigen wetgeving belasting te heffen op voordelen uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen in een lichaam waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld en dat inwoner is van dat land, verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van het andere land en in de vijf jaren voorafgaande aan de vervreemding van de aandelen of winstbewijzen te eniger tijd inwoner van het eerstbedoelde land is geweest.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel