Naar hoofdinhoud
1. Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 17, 19, 20 en 21 zijn salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een land ter zake van een dienstbetrekking slechts in dat land belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in het andere land wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mag de ter zake daarvan verkregen beloning in dat andere land worden belast. 2. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een land ter zake van een in het andere land uitgeoefende dienstbetrekking slechts in het eerstbedoelde land belastbaar, indien: de genieter in dat andere land verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken, die in het desbetreffende kalenderjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaan, en de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van dat land is, en de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die, of van een vast middelpunt dat de werkgever in dat andere land heeft. 3. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid mag de beloning verkregen ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd door een onderneming van een land, in dat land worden belast.

Rechtspraak bij dit artikel