Naar hoofdinhoud
1. De bevoegde autoriteit van een land kan, in overeenstemming met het gebruik van dat land, uitvoeringsvoorschriften vaststellen die nodig zijn om de bepalingen van deze Overeenkomst uit te voeren. 2. De bevoegde autoriteiten van de landen kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen ten einde uitvoering te geven aan de bepalingen van deze Overeenkomst.

Rechtspraak bij dit artikel