**1).** Tot het tijdstip van ambtsaanvaarding van de eerste Directeur-Generaal worden de verwijzingen in dit Verdrag naar het Internationale Bureau of naar de Directeur-Generaal geacht betrekking te hebben op de Verenigde Internationale Bureaus voor de bescherming van de industriële, literaire en artistieke eigendom (ook genoemd Verenigde Internationale Bureaus voor de bescherming van de intellectuele eigendom (BIRPI)) onderscheidenlijk op hun Directeur.
**2).** De Staten die lid zijn van een der Unies doch die nog geen partij bij dit Verdrag zijn geworden, kunnen, indien zij dat wensen, gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van inwerkingtreding van het Verdrag dezelfde rechten uitoefenen alsof zij partij waren. Elke Staat die genoemde rechten wenst uit te oefenen richt tot dit doel een schriftelijke kennisgeving aan de Directeur-Generaal, waarvan de rechtsgevolgen ingaan op de datum van ontvangst. Zodanige Staten worden geacht lid te zijn van de Algemene Vergadering en van de Conferentie tot de afloop van de genoemde periode.
Na afloop van de periode van vijf jaar hebben deze Staten niet meer het recht hun stem uit te brengen in de Algemene Vergadering, de Conferentie of de Coördinatiecommissie.
Zodra zij partij zijn geworden bij dit Verdrag kunnen deze Staten opnieuw hun stemrecht uitoefenen.
**3).** Zolang niet alle Lid-Staten van de Unie van Parijs of de Unie van Bern partij bij dit Verdrag zijn geworden, vervullen het Internationale Bureau en de Directeur-Generaal tevens de functies die zijn opgedragen aan de Verenigde Internationale Bureaus voor de bescherming van de industriële, literaire en artistieke eigendom onderscheidenlijk aan hun Directeur.
Het personeel werkzaam op de bovengenoemde Bureaus op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag wordt tijdens de overgangsperiode bedoeld onder letter a) geacht tevens in functie te zijn bij het Internationale Bureau.
**4).** Wanneer alle Lid-Staten van de Unie van Parijs lid van de Organisatie zijn geworden, gaan de rechten, verbintenissen en goederen van het Bureau van deze Unie over op het Internationale Bureau van de Organisatie.
Wanneer alle Lid-Staten van de Unie van Bern lid zijn geworden van de Organisatie gaan de rechten, verbintenissen en goederen van het Bureau van deze Unie over op het Internationale Bureau van de Organisatie.
Artikel 21
Overgangsbepalingen
Onderdeel van Verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (OMPI/WIPO), zoals gewijzigd op 28 september 1979· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 9 januari 1975