Naar hoofdinhoud

Artikel 17

Artikel 17

Onderdeel van Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 14 augustus 1979

1. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan een of meer wijzigingen in de Bijlage bij deze Overeenkomst of in de Aanhangsels daarvan voorstellen. De tekst van elk voorstel tot wijziging wordt aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties toegezonden, die deze ter kennis brengt van alle Overeenkomstsluitende Partijen, alsmede van de in artikel 10, eerste lid, van deze Overeenkomst bedoelde landen. 2. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan, binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de datum waarop de Secretaris-Generaal het voorstel tot wijziging heeft bekend gemaakt, de Secretaris-Generaal ervan in kennis stellen hetzij, dat zij bezwaar maakt tegen de voorgestelde wijziging; hetzij dat, hoewel zij voornemens is het voorstel te aanvaarden, de voorwaarden waaraan in haar land de aanvaarding is gebonden, nog niet zijn vervuld. 3. Zolang een Overeenkomstsluitende Partij, die de kennisgeving bedoeld in het tweede lid, onder b van dit artikel heeft gedaan, de Secretaris-Generaal nog geen bericht van aanvaarding heeft gezonden, kan zij gedurende een termijn van negen maanden, te rekenen van het tijdstip waarop de termijn van zes maanden die voor het doen van de kennisgeving is voorzien, afloopt, bezwaar maken tegen de voorgestelde wijziging. 4. Indien overeenkomstig het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel bezwaar tegen het voorstel tot wijziging wordt gemaakt, wordt de wijziging als niet aanvaard beschouwd en wordt zij niet van kracht. 5. Indien overeenkomstig het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel geen bezwaar tegen het voorstel tot wijziging wordt gemaakt, wordt de wijziging geacht te zijn aanvaard en wordt zij op de volgende datum van kracht: indien geen der Overeenkomstsluitende Partijen een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid, onder b van dit artikel, heeft gedaan, na afloop van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde termijn; indien ten minste een der Overeenkomstsluitende Partijen een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid, onder b van dit artikel heeft gedaan, op het eerst vallende van de beide hierna genoemde tijdstippen: de datum waarop alle Overeenkomstsluitende Partijen die een zodanige kennisgeving nebben gedaan de Secretaris-Generaal ervan in kennis hebben gesteld dat zij instemmen met het voorstel tot wijziging, met dien verstande dat deze datum wordt gesteld op het einde van de in lid 2 van dit artikel bedoelde termijn van zes maanden, als alle aanvaardingen voor het aflopen van die termijn waren medegedeeld; het tijdstip waarop de in het derde lid van dit artikel bedoelde termijn van negen maanden afloopt. 6. Indien overeenkomstig het tweede lid onder a van dit artikel tegen het voorstel tot wijziging bezwaar wordt gemaakt en indien aan de Secretaris-Generaal door een of meer Overeenkomstsluitende Partijen kennisgevingen zijn gedaan overeenkomstig het tweede lid onder b, stelt deze alle Overeenkomstsluitende Partijen er zo spoedig mogelijk van in kennis. Indien de Overeenkomstsluitende Partij die een dergelijke kennisgeving heeft gedaan bezwaar maakt tegen het voorstel tot wijziging of het aanvaardt, stelt de Secretaris-Generaal alle Overeenkomstsluitende Partijen daarvan vervolgens in kennis. 7. Onafhankelijk van de in het eerste tot en met zesde lid van dit artikel voorziene wijzigingsprocedure, kunnen de Bijlage bij deze Overeenkomst en de aanhangsels daarvan worden gewijzigd als de bevoegde overheidsinstanties van de Overeenkomstsluitende Partijen daarmede instemmen, doch op voorwaarde dat, indien aldus Aanhangsel 1 wordt gewijzigd, daarbij wordt bepaald dat meetbrieven afgegeven voor de datum waarop de wijziging van kracht wordt en die met de vroegere tekst van Aanhangsel 1 in overeenstemming zijn, gedurende een overgangstijdvak hun geldigheid zullen behouden. De Secretaris-Generaal bepaalt de datum waarop de wijziging van kracht wordt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel