Naar hoofdinhoud
1. Elk geschil tussen twee of meer Regeringen of tussen bepaalde Regeringen en de Organisatie betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst, dat niet in der minne kan worden geschikt, wordt, op verzoek van een der Partijen bij het geschil, voorgelegd aan een enkele arbiter, aan te wijzen door de President van het Internationale Gerechtshof. De arbiter mag geen onderdaan zijn van een Staat die partij is bij het geschil. 2. De Partijen bij deze Overeenkomst die geen partij zijn in het geschil, hebben het recht zich te voegen in het geding en de beslissing van de arbiter is bindend voor alle Regeringen en voor de Organisatie, ongeacht zij zich al dan niet in het geding hebben gevoegd.

Rechtspraak bij dit artikel