In geval van overlijden van een lid van de consulaire post of van een inwonend gezinslid, dient de ontvangende Staat:
de uitvoer toe te staan van de roerende goederen van de overledene, met uitzondering van in die Staat verworven goederen waarvan de uitvoer op het tijdstip van zijn overlijden verboden is;
geen landelijke, gewestelijke of gemeentelijke successierechten en overdrachtsrechten te heffen op roerende goederen, waarvan de aanwezigheid in de ontvangende Staat uitsluitend het gevolg was van de aanwezigheid aldaar van de overledene als lid van de consulaire post of als gezinslid van een lid van de consulaire post.
Hoofdstuk II › AFDELING II
Artikel 51
Nalatenschap van een lid van de consulaire post of van een gezinslid
Onderdeel van Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 16 januari 1986