Naar hoofdinhoud
1. Elk geschil tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst wordt zoveel mogelijk bijgelegd door middel van rechtstreekse onderhandelingen tussen de desbetreffende partijen. 2. Elk geschil dat niet door rechtstreekse onderhandeling is bijgelegd wordt door de Overeenkomstsluitende Partijen tussen wie het geschil is gerezen voorgelegd aan de Overeenkomstsluitende Partijen in vergadering bijeen overeenkomstig artikel 16 van deze Overeenkomst die het geschil onderzoeken en aanbevelingen doen met het oog op de bijlegging daarvan. 3. De Overeenkomstsluitende Partijen tussen wie het geschil is gerezen kunnen van tevoren overeenkomen dat zij de aanbevelingen van de Overeenkomstsluitende Partijen als bindend zullen aanvaarden.

Rechtspraak bij dit artikel