Naar hoofdinhoud
1. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 14 vergewist de Commissie zich, na ontvangst van alle noodzakelijk geoordeelde inlichtingen, van de feiten en stelt aan de betrokken Staten haar goede diensten ter beschikking, met het oog op een minnelijke schikking, gebaseerd op eerbied voor het Verdrag. 2. In alle gevallen en uiterlijk achttien maanden na de datum van ontvangst door de Directeur-Generaal van de kennisgeving bedoeld in artikel 12, lid 2, stelt de Commissie overeenkomstig de bepalingen van het hiernavolgende lid 3 een verslag op, dat aan de betrokken Staten wordt toegezonden en vervolgens wordt doorgegeven aan de Directeur-Generaal ter publikatie. Wanneer het Internationale Gerechtshof overeenkomstig het bepaalde in artikel 18 om advies wordt gevraagd wordt de tijdslimiet overeenkomstig verschoven. 3. Indien overeenkomstig het bepaalde in lid 1 van dit artikel een oplossing wordt gevonden, beperkt de Commissie haar verslag tot een korte uiteenzetting van de feiten en de gevonden oplossing. Indien geen oplossing wordt bereikt, stelt de Commissie een verslag op van de feiten en geeft aan welke aanbevelingen zij heeft gedaan om een verzoening tot stand te brengen. Indien het verslag geheel of gedeeltelijk niet het eenstemmig oordeel van de leden van de Commissie weergeeft, heeft elk lid van de Commissie het recht daaraan een uiteenzetting van zijn eigen oordeel toe te voegen. De schriftelijke en mondelinge verklaringen die overeenkomstig artikel 11, lid 2 (c), door de partijen bij het geschil afgelegd, worden bij het verslag gevoegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel