Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 18

Artikel 18

Onderdeel van Overeenkomst inzake het internationale vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen en het gebruik van speciale vervoermiddelen bij dit vervoer (ATP)· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 24 februari 1996

1. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan één of meer wijzigingen op deze Overeenkomst voorstellen. De tekst van een voorgestelde wijziging dient ter kennis van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties te worden gebracht, die deze ter kennis brengt van alle Overeenkomstsluitende Partijen en alle andere in artikel 9, eerste lid, van deze Overeenkomst genoemde Staten. De Secretaris-Generaal kan tevens wijzigingen van deze Overeenkomst of van de Bijlagen erbij voorstellen die hem zijn toegezonden door de Werkgroep voor het vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen van het Comité van Binnenlands Vervoer van de Economische Commissie voor Europa. 2. Binnen een tijdsbestek van zes maanden gerekend van de datum waarop de Secretaris-Generaal mededeling doet van de voorgestelde wijziging, kan elke Overeenkomstsluitende Partij de Secretaris-Generaal berichten dat zij bezwaar maakt tegen de voorgestelde wijziging, of dat, hoewel zij voornemens is het voorstel te aanvaarden, in haar land aan de voor de aanvaarding noodzakelijke voorwaarden nog niet is voldaan. 3. Indien een Overeenkomstsluitende Partij de Secretaris-Generaal een kennisgeving zendt als voorzien in het tweede lid, letter b, van dit artikel, kan zij, zolang de Secretaris-Generaal geen bericht van aanvaarding van de voorgestelde wijziging heeft gezonden, binnen een tijdsbestek van negen maanden, gerekend van de datum af, waarop de termijn van zes maanden, als voorgeschreven met betrekking tot de eerste kennisgeving, is verstreken, bezwaar tegen de voorgestelde wijziging maken. 4. Indien overeenkomstig het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel bezwaar wordt gemaakt tegen de voorgestelde wijziging, wordt de wijziging geacht niet te zijn aanvaard en wordt zij niet van kracht. 5. Indien overeenkomstig het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel geen bezwaar is gemaakt tegen de voorgestelde wijziging, wordt de wijziging geacht te zijn aanvaard op de hierna te noemen datum: indien geen enkele Overeenkomstsluitende Partij de Secretaris-Generaal, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid, letter b, van dit artikel, een kennisgeving heeft gezonden, na het verstrijken van de in het tweede lid van dit artikel genoemde termijn van zes maanden; indien ten minste één Overeenkomstsluitende Partij de Secretaris-Generaal, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid, letter b, van dit artikel, een kennisgeving heeft gezonden, op één van de twee volgende data, en wel die datum welke het eerst valt: de datum waarop alle Overeenkomstsluitende Partijen die een dergelijke kennisgeving hebben ingezonden de Secretaris-Generaal van hun aanvaarding van het voorstel in kennis hebben gesteld, met dien verstande dat, indien alle kennisgevingen van aanvaarding worden ingezonden vóór het verstrijken van de in het tweede lid van dit artikel genoemde termijn van zes maanden, deze datum zal worden aangemerkt als de datum waarop de bedoelde termijn van zes maanden verstrijkt; de datum waarop de in het derde lid van dit artikel genoemde termijn van negen maanden verstrijkt. 6. Een als aanvaard geachte wijziging wordt zes maanden na de datum waarop zij werd geacht te zijn aanvaard van kracht. 7. De Secretaris-Generaal bericht ten spoedigste alle Overeenkomstsluitende Partijen of, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid, letter a, van dit artikel, bezwaar tegen de voorgestelde wijziging is gemaakt en of één of meer Overeenkomstsluitende Partijen hem een kennisgeving overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid, letter b, van dit artikel hebben gezonden. Indien hem door één of meer Overeenkomstsluitende Partijen een dergelijke verklaring is gezonden, bericht hij vervolgens alle Overeenkomstsluitende Partijen of van de zijde van de Overeenkomstsluitende Partij of Partijen door wie een dergelijke kennisgeving is gezonden, tegen de voorgestelde wijziging bezwaar wordt gemaakt of dat deze wordt aanvaard. 8. Onafhankelijk van de gang van zaken met betrekking tot wijzigingen, als omschreven in het eerste tot en met het zesde lid van dit artikel, kunnen de Bijlagen en Aanhangsels van deze Overeenkomst worden gewijzigd in onderlinge overeenstemming tussen de bevoegde instanties van alle Overeenkomstsluitende Partijen. Indien de bevoegde instantie van een Overeenkomstsluitende Partij te kennen heeft gegeven dat, op grond van haar nationale recht, goedkeuring harentwege gebonden is aan een bijzondere machtiging of aan de goedkeuring van een wetgevend lichaam, wordt de goedkeuring van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij met betrekking tot de wijziging van een Bijlage niet geacht te zijn gegeven alvorens de Overeenkomstsluitende Partij de Secretaris-Generaal ervan heeft verwittigd dat de vereiste machtiging of goedkeuring is verkregen. In de tussen de bevoegde instanties bereikte overeenstemming kan worden bepaald dat gedurende een overgangsperiode de oude Bijlagen, naast de nieuwe, geheel of gedeeltelijk van kracht zullen blijven. De Secretaris-Generaal bepaalt de datum waarop de uit dergelijke wijzigingen voortkomende nieuwe teksten van kracht worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel