Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:
„aan water gerelateerde ziekten”: alle aanmerkelijke nadelige gevolgen voor de gezondheid van de mens, zoals overlijden, handicap, ziekte of stoornis, direct of indirect veroorzaakt door de toestand of wijzigingen in de kwantiteit of kwaliteit, van wateren;
„drinkwater”: water dat wordt gebruikt of is bedoeld om beschikbaar te zijn voor gebruik door de mens om te drinken, mee te koken, voedsel te bereiden, voor de persoonlijke hygiëne of soortgelijke doeleinden;
„grondwater”: al het water dat zich onder het maaiveld bevindt in de verzadigde zone en in direct contact staat met de bodem of ondergrond;
„ingesloten wateren”: kunstmatig gecreëerde waterlichamen die gescheiden zijn van zoet oppervlaktewater of kustwateren, zowel binnen als buiten gebouwen;
„grensoverschrijdende wateren”: oppervlakte- of grondwateren die een grens tussen twee of meer Staten vormen, overschrijden of daarop gelegen zijn; overal waar grensoverschrijdende wateren rechtstreeks in de zee stromen, eindigen deze grensoverschrijdende wateren ter hoogte van een rechte lijn over hun onderscheiden mondingen tussen punten op de laagwaterlijn van hun oevers;
„grensoverschrijdende gevolgen van aan water gerelateerde ziekten”: alle wezenlijk nadelige gevolgen voor de gezondheid van de mens, zoals overlijden, handicap, ziekte of stoornis, in een gebied onder de rechtsmacht van een Partij, direct of indirect veroorzaakt door de toestand of wijzigingen in de kwantiteit of kwaliteit van wateren in een gebied onder de rechtsmacht van een andere Partij, ongeacht of deze gevolgen een grensoverschrijdend effect vormen;
„grensoverschrijdend effect”: ieder wezenlijk nadelig effect op het milieu, binnen een gebied onder de rechtsmacht van een Partij bij het Verdrag, dat voortvloeit uit een verandering in de toestand van grensoverschrijdende wateren, die wordt teweeggebracht door een menselijke activiteit die geheel of gedeeltelijk plaatsvindt binnen een gebied onder de rechtsmacht van een andere Partij bij het Verdrag. Deze effecten op het milieu omvatten mede effecten op de gezondheid en de veiligheid van de mens, voor de flora, de fauna, de bodem, de lucht, het water, het klimaat, het landschap en historische monumenten of andere fysieke structuren, of voor de samenhang tussen deze aspecten; ook worden bedoeld effecten op het cultureel erfgoed of voor de sociaal-economische omstandigheden voortvloeiend uit veranderingen in die aspecten;
„sanitatie”: het verzamelen, vervoeren, behandelen, verwijderen of hergebruiken van menselijke uitscheidingsproducten of huishoudelijk afvalwater, hetzij door middel van collectieve systemen of van installaties voor een afzonderlijk huishouden of bedrijf;
„collectief systeem”:
een systeem voor de aanvoer van drinkwater naar een aantal huishoudens of ondernemingen;
en/of
een systeem voor sanitatiediensten ten behoeve van een aantal huishoudens of ondernemingen, en dat, in voorkomend geval, tevens voorziet in het verzamelen, vervoeren, behandelen en afvoeren of het hergebruiken van industrieel afvalwater, ongeacht of deze worden verzorgd door een lichaam uit de publieke sector, een onderneming uit de particuliere sector of door een samenwerkingsverband tussen beide sectoren;
„waterbeheerplan”: een plan voor de ontwikkeling, het beheer, de bescherming en/of het gebruik van het water binnen een grondgebied of een waterhoudende grondlaag, met inbegrip van de bescherming van de bijbehorende ecosystemen;
„het publiek”: een of meer natuurlijke of rechtspersonen, en in overeenstemming met de nationale wetgeving of praktijk, verenigingen, organisaties of groepen daarvan;
„overheidsinstantie”:
overheid op nationaal en regionaal niveau alsmede andere niveaus;
natuurlijke of rechtspersonen die administratieve overheidsfuncties ingevolge het nationale recht uitoefenen, met inbegrip van specifieke taken, activiteiten of diensten met betrekking tot het milieu, volksgezondheid, sanitatie, waterbeheer of watervoorziening;
andere natuurlijke of rechtspersonen die overheidstaken of overheidsfuncties bekleden, of overheidsdiensten verlenen onder toezicht van een orgaan of persoon vallend onder de onderdelen a of b hierboven;
de instellingen van de in artikel 21 bedoelde regionale organisaties voor economische integratie die Partij zijn.
Deze begripsomschrijving omvat geen organen of instellingen die optreden in een rechterlijke of wetgevende hoedanigheid;
„lokaal”: alle relevante niveaus van de territoriale eenheid onder het niveau van de staat;
„Verdrag”: het Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren, gedaan te Helsinki op 17 maart 1992;
„Vergadering van de Partijen bij het Verdrag”: het door de Partijen bij het Verdrag in overeenstemming met artikel 17 van het Verdrag opgerichte orgaan;
„Partij”: tenzij de tekst anders aangeeft, een Staat of een regionale organisatie voor economische integratie als bedoeld in artikel 21, die ermee heeft ingestemd door dit Protocol te worden gebonden en waarvoor dit Protocol van kracht is;
„Vergadering van de Partijen”: het door de Partijen in overeenstemming met artikel 16 opgerichte orgaan.
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Protocol betreffende water en gezondheid bij het Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren van 1992· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 23 september 2009