Naar hoofdinhoud
1. De Partijen dragen er elk zorg voor dat: uitgebreide nationale en/of lokale systemen voor toezicht en vroegtijdige waarschuwing worden ingesteld, verbeterd of gehandhaafd, die: epidemieën of afzonderlijke gevallen van aan water gerelateerde ziekten of aanzienlijke dreigingen van dergelijke epidemieën of afzonderlijke gevallen melden, met inbegrip van die welke voortvloeien uit gevallen van waterverontreiniging of extreme weersomstandigheden; de desbetreffende overheidsinstanties onmiddellijk en op duidelijke wijze in kennis stellen van dergelijke epidemieën, gevallen of dreigingen; in het geval van een op handen zijnde bedreiging van de volksgezondheid door aan water gerelateerde ziekten, aan potentiële slachtoffers alle informatie verspreiden die in handen is van een overheidsinstantie en die het publiek kan helpen schade te voorkomen of te beperken; aanbevelingen doen aan de desbetreffende overheidsinstanties en, waar zinvol, aan het publiek inzake preventieve en herstelmaatregelen; uitgebreide nationale en lokale rampenplannen ter bestrijding van dergelijke epidemieën, afzonderlijke gevallen en risico's tijdig naar behoren zijn voorbereid; de desbetreffende overheidsinstanties de benodigde capaciteit hebben om tegen dergelijke epidemieën, afzonderlijke gevallen of risico's op te treden in overeenstemming met het desbetreffende rampenplan. 2. Systemen voor toezicht en tijdige waarschuwing, rampenplannen en bestrijdingscapaciteiten in het kader van aan water gerelateerde ziekten mogen worden gecombineerd met die welke zijn gerelateerd aan andere aangelegenheden. 3. Binnen drie jaar nadat zij Partij is geworden, dient elke Partij de in het eerste lid bedoelde systemen voor toezicht en vroegtijdige waarschuwing, noodplannen en bestrijdingscapaciteiten te hebben ingesteld.

Rechtspraak bij dit artikel