Naar hoofdinhoud
Bij de exploitatie van elke overeengekomen dienst op iedere omschreven route kan een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen slechts een luchtvaartuig op een punt in het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij door een ander vervangen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: dat dit met het oog op een economische exploitatie verantwoord is; dat het luchtvaartuig gebruikt op het gedeelte van de route dat verder gelegen is van het beginpunt in het grondgebied van de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij in capaciteit niet groter is dan dat gebruikt op het dichterbij gelegen gedeelte; dat het luchtvaartuig gebruikt op het verder gelegen gedeelte slechts geëxploiteerd wordt in aansluiting op en als voortzetting van de dienst verricht door het luchtvaartuig gebruikt op het dichterbij gelegen gedeelte en dat zulks in de dienstregeling tot uiting komt; dat het eerstbedoelde luchtvaartuig op het punt waar de verandering van luchtvaartuig plaatsvindt aankomt met het doel vracht, post of passagiers te vervoeren overgebracht uit of over te brengen in het luchtvaartuig gebruikt op het dichterbij gelegen deel en dat de capaciteit ervan primair in verband met dit doel wordt bepaald; dat er toereikend doorgaand verkeer is; dat de luchtvaartmaatschappij niet tegenover het publiek voorwendt, door middel van advertenties of anderszins, dat zij een luchtvaartdienst onderhoudt beginnend op het punt waar de verandering van luchtvaartuig plaatsvindt; dat de bepalingen van artikel 7 van deze Overeenkomst van toepassing zijn op alle regelingen getroffen met het oog op de verandering van luchtvaartuig; dat in verband met iedere vlucht van een luchtvaartuig naar rondgebied waar de verandering plaatsvindt, slechts één vlucht uit dat grondgebied gemaakt kan worden.

Rechtspraak bij dit artikel