Naar hoofdinhoud
1. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de aanvaarding van de aanwijzing van een luchtvaartmaatschappij te weigeren en de rechten omschreven in artikel 5 van deze Overeenkomst niet te verlenen of in te trekken, of ten aanzien van de uitoefening van die rechten door een luchtvaartmaatschappij de voorwaarden te stellen die zij noodzakelijk acht in alle gevallen waarin niet te haren genoegen is gebleken, dat het overwegende eigendomsrecht en het daadwerkelijke toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst, dan wel bij onderdanen van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst. 2. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de uitoefening door een luchtvaartmaatschappij van de rechten, omschreven in artikel 5 van deze Overeenkomst op te schorten of ten aanzien van de uitoefening van die rechten door een luchtvaartmaatschappij de voorwaarden te stellen die zij noodzakelijk acht in elk geval dat de luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten, bepalingen en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij die die rechten verleent, na te komen of anderszins in gebreke blijft de exploitatie te doen geschieden in overeenstemming met de in deze Overeenkomst vervatte voorwaarden. Zulk een eenzijdige stap zal echter niet worden gedaan voordat van het voornemen daartoe aan de andere Overeenkomstsluitende Partij mededeling is gedaan en overleg tussen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen niet binnen een termijn van achtentwintig dagen na de dagtekening van bedoelde mededeling tot overeenstemming heeft geleid.

Rechtspraak bij dit artikel