Met betrekking tot de exploitatie van de overeengekomen diensten verleent elke Overeenkomstsluitende Partij aan de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht tot overvliegen en het recht tot landen voor niet-verkeersdoeleinden alsmede het recht, om, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 en 7, op haar grondgebied internationaal verkeer af te zetten en op te nemen, dat afkomstig is uit of bestemd is voor het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij of van een derde land.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Arabische Republiek inzake de instelling van geregelde luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 25 juni 1966