Naar hoofdinhoud
1. Met uitzondering van de in artikel 7 opgesomde gevallen dient van de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij een vergunning te worden verkregen voor het vervoer van goederen naar en van de beide landen en in transito over hun grondgebied. 2. De vergunningen worden afgegeven door de bevoegde autoriteiten van het land waar het voertuig is ingeschreven namens de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij, binnen de telkenjare gezamenlijk door de bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen vastgestelde contingenten. 3. De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen dienen overeenstemming te bereiken over het model van de vergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel