Naar hoofdinhoud
Bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, laten de Staten die partij zijn bij dit Verdrag zich leiden door het beginsel van samenwerking en onderlinge bijstand en bij al hun activiteiten in de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, houden zij rekening met de overeenkomstige belangen van alle andere Staten die partij zijn bij dit Verdrag. De Staten die partij zijn bij dit Verdrag bestuderen en onderzoeken de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, op zulk een wijze dat schadelijke besmetting ervan en tevens nadelige veranderingen in de omgeving van de aarde als gevolg van het daarin brengen van niet van de aarde afkomstige materie, worden vermeden en nemen voor dit doel zo nodig passende maatregelen. Indien een Staat die partij is bij dit Verdrag reden heeft om aan te nemen dat een door hem of zijn onderdanen voorgenomen activiteit of proefneming in de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, schadelijke gevolgen zou kunnen hebben voor activiteiten van andere Staten die deelnemen aan het vreedzame onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, pleegt hij op passende wijze internationaal overleg alvorens tot een zodanige activiteit of proefneming over te gaan. Een Staat die partij is bij dit Verdrag en die reden heeft om aan te nemen dat een activiteit of proefneming die een andere Staat die partij is bij dit Verdrag voornemens is in de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, te verrichten, schadelijke gevolgen zou kunnen hebben voor activiteiten in het kader van het vreedzame onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, kan om overleg inzake die activiteit of proefneming verzoeken.

Rechtspraak bij dit artikel