De Staten die partij zijn bij dit Verdrag beschouwen ruimtevaarders als afgezanten van de mensheid in de kosmische ruimte en verlenen hun alle mogelijke hulp bij een ongeval, bij moeilijkheden of bij een noodlanding op het grondgebied van een andere Staat die partij is bij dit Verdrag of op de volle zee. Wanneer ruimtevaarders een zodanige landing maken, worden zij onverwijld veilig teruggezonden naar de Staat waar hun ruimtevaartuig is geregistreerd.
Bij de uitvoering van activiteiten in de kosmische ruimte en op hemellichamen verlenen de ruimtevaarders van de ene Staat die partij is bij dit Verdrag alle mogelijke hulp aan de ruimtevaarders van andere Staten die partij zijn bij dit Verdrag.
Staten die partij zijn bij dit Verdrag stellen onmiddellijk de andere Staten die partij zijn bij dit Verdrag of de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties in kennis van alle verschijnselen die zij waarnemen in de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en de andere hemellichamen, die een gevaar zouden kunnen betekenen voor het leven of de gezondheid van ruimtevaarders.
Artikel V
Artikel V
Onderdeel van Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 1969