De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing op de activiteiten van de Staten die partij zijn bij dit Verdrag, bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, ongeacht of deze activiteiten worden verricht door één enkele Staat die partij is bij dit Verdrag, of tezamen met andere Staten, met inbegrip van gevallen waarin zij worden uitgevoerd binnen het kader van internationale intergouvernementele organisaties.
Alle problemen van praktische aard die ontstaan in verband met activiteiten uitgevoerd door internationale intergouvernementele organisaties bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, worden door de Staten die partij zijn bij dit Verdrag opgelost, hetzij met de daarvoor in aanmerking komende internationale organisatie, hetzij met een of meer van de Staten die lid zijn van die internationale organisatie en partij zijn bij dit Verdrag.
Artikel XIII
Artikel XIII
Onderdeel van Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 1969