**1).** Op elk van de routes voorkomende in de Bijlage bij deze Overeenkomst hebben de overeengekomen diensten als primair doel het verschaffen, bij een redelijk te achten beladingsgraad, van een vervoerscapaciteit welke aangepast is aan de normale en redelijkerwijze te voorziene behoeften van het internationale luchtverkeer, afkomstig van of bestemd voor het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de maatschappij welke de genoemde diensten exploiteert, heeft aangewezen.
**2).** De maatschappij aangewezen door een der Overeenkomstsluitende Partijen kan binnen de grenzen van de globale vervoerscapaciteit als voorzien in het eerste lid van dit artikel, voldoen aan de verkeersbehoeften tussen de grondgebieden van derde Staten gelegen op de overeengekomen routes en het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, daarbij rekening houdende met de plaatselijke en regionale diensten.
**3).** Teneinde te kunnen voldoen aan onvoorziene of tijdelijke vraag naar verkeer op diezelfde routes, dienen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen onderling te beslissen over passende maatregelen om aan deze tijdelijke toeneming van het verkeer tegemoet te komen. Zij brengen hiervan onmiddellijk verslag uit aan de luchtvaartautoriteiten van hun onderscheiden landen, die met elkaar overleg kunnen plegen indien zij zulks nuttig achten.
**4).** Ingeval een maatschappij aangewezen door een der Overeenkomstsluitende Partijen op een of meer routes, hetzij een gedeelte, hetzij het totaal van de vervoerscapaciteit welke zij, rekening houdende met haar rechten, mag aanbieden, niet wenst te gebruiken, verstaat zij zich met de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij teneinde aan haar voor een bepaalde tijd het totaal of een gedeelte van de betrokken vervoerscapaciteit over te dragen.
De aangewezen maatschappij die alle of een gedeelte van haar rechten heeft overgedragen kan deze aan het einde van de genoemde periode hernemen.
Ingevolge artikel 1, vierde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de West-Afrikaanse economische en monetaire unie inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 30 november 2009 (Pb. EU L 56 van 6 maart 2010, blz. 16-36) wordt vanaf 21 februari 2011, wanneer in de tekst van de bilaterale Overeenkomst wordt verwezen naar de vervoerders of de luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust, dit verstaan als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust aangeduide vervoerders of luchtvaartmaatschappijen (Trb. 2012/224).
Ingevolge artikel 1, vierde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de West-Afrikaanse economische en monetaire unie inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 30 november 2009 (Pb. EU L 56 van 6 maart 2010, blz. 16-36) wordt vanaf 21 februari 2011, wanneer in de tekst van de bilaterale Overeenkomst wordt verwezen naar de vervoerders of de luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust, dit verstaan als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust aangeduide vervoerders of luchtvaartmaatschappijen (Trb. 2012/224).
Hoofdstuk II
Artikel 15
Artikel 15
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust inzake het luchtvervoer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 24 augustus 1964