Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust inzake het luchtvervoer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 24 augustus 1964

1). De luchtvaartuigen gebruikt in internationaal verkeer door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij, alsmede hun normale uitrusting, hun reserves aan motorbrandstoffen en smeeroliën en hun boordvoorraden (met inbegrip van proviand, dranken en tabak), zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere soortgelijke rechten of heffingen, op voorwaarde dat deze uitrustingen en voorraden aan boord blijven van de luchtvaartuigen totdat zij weer worden uitgevoerd. 2). Van dezelfde rechten of heffingen zijn eveneens vrijgesteld, met uitzondering van cijnzen of heffingen voor bewezen diensten: alle soorten boordproviand, opgenomen op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij binnen de grenzen als vastgesteld door de autoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij en aan boord genomen van de luchtvaartuigen die een internationale dienst van de andere Overeenkomstsluitende Partij verzorgen; reservedelen ingevoerd op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen voor het onderhoud of het herstellen van de luchtvaartuigen gebruikt in het internationale luchtverkeer van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij; de motorbrandstoffen en smeeroliën bestemd voor de bevoorrading van de door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij in het internationale luchtverkeer gebruikte luchtvaartuigen, zelfs indien deze voorraden moeten worden gebruikt op het trajectgedeelte uitgevoerd boven het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waarop deze voorraden aan boord zijn genomen. 3). De normale boorduitrusting, evenals de materialen en voorraden die zich aan boord van de luchtvaartuigen van een Overeenkomstsluitende Partij bevinden, mogen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij niet gelost worden dan met toestemming van de douaneautoriteiten van dat grondgebied. In dit geval kunnen zij onder toezicht van de genoemde autoriteiten worden geplaatst totdat ze weer worden uitgevoerd of totdat daarvan aangifte bij de douane is gedaan. Ingevolge artikel 1, vierde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de West-Afrikaanse economische en monetaire unie inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 30 november 2009 (Pb. EU L 56 van 6 maart 2010, blz. 16-36) wordt vanaf 21 februari 2011, wanneer in de tekst van de bilaterale Overeenkomst wordt verwezen naar de vervoerders of de luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust, dit verstaan als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust aangeduide vervoerders of luchtvaartmaatschappijen (Trb. 2012/224). De bepalingen van artikel 5, tweede en derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de West-Afrikaanse economische en monetaire unie inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 30 november 2009 (Pb. EU L 56 van 6 maart 2010, blz. 16-36) vormen vanaf 21 februari 2011 een aanvulling op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/224). Ingevolge artikel 1, vierde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de West-Afrikaanse economische en monetaire unie inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 30 november 2009 (Pb. EU L 56 van 6 maart 2010, blz. 16-36) wordt vanaf 21 februari 2011, wanneer in de tekst van de bilaterale Overeenkomst wordt verwezen naar de vervoerders of de luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust, dit verstaan als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust aangeduide vervoerders of luchtvaartmaatschappijen (Trb. 2012/224). De bepalingen van artikel 5, tweede en derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de West-Afrikaanse economische en monetaire unie inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 30 november 2009 (Pb. EU L 56 van 6 maart 2010, blz. 16-36) vormen vanaf 21 februari 2011 een aanvulling op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/224).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel