Naar hoofdinhoud
(1). Certificaten van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door een der Overeenkomstsluitende Partijen zijn afgegeven of waaraan door haar geldigheid is verleend, worden gedurende hun geldigheidsduur door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend. (2). Elk der Overeenkomstsluitende Partijen behoudt zich evenwel het recht voor, ten aanzien van vluchten over haar eigen grondgebied, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door de andere Overeenkomstsluitende Partij of een andere Staat aan eigen onderdanen zijn verleend of waaraan door die Partij of Staat geldigheid is verleend ten behoeve van die onderdanen, niet als geldig te erkennen. Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 9 juni 2006 zal, wanneer in deze overeenkomst wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2019/88). Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 9 juni 2006 zal, wanneer in deze overeenkomst wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2019/88).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel